RPI Assembler tutorial 3

Zoals we zagen in deel 1 en 2 kunnen we data naar de registers verplaatsen (mov) en 2 registers bij elkaar optellen (add). Gelukkig kan een cpu ook met geheugen werken, anders zouden er veel limieten zijn.

Geheugen

Een computer heeft geheugen (hiermee bedoel ik ram) waar de code (.text in assembler) en data worden opgeslagen om beschikbaar te zijn voor de cpu. i386 en x86-64 architecturen kunnen zowel registers en geheugen raadplegen (om zo bijvoorbeeld iets uit het register bij iets in het geheugen toe te voegen). Dit gaat niet in ARM. Hier moet alles gebeuren in de registers. Dit ‘probleem’ is echter op te lossen door eerst data naar een register op te slaan uit het geheugen en achteraf omgekeerd.

Hiervoor zijn er 2 speciale functies. ldr en str, oftewel load en store. er zijn nog andere manieren om dit te doen maar dit zijn de simpelste.

Geheugenadressen

Omdat alle data in het geheugen in feite 1 lange reeks van eenen en nullen is, zullen we ze een naam moeten geven omdat we anders niets kunnen raadplegen. Een computer geeft deze data adressen. Deze adressen zijn nummers en in ARM is dit een 32 bit nummer dat elke byte (8 bits) in het geheugen weergeeft.

Wanneer we data opslaan of lezen uit het geheugen moeten we het adres weten (of berekenen). Dit kan in veel manieren gedan worden. Elke van deze manieren word een ‘adressing mode’ genoemd. ARM heeft er een paar van, maar hier ga ik het doen door middel van een register.

Zoals uitgelegd in deel 2 heeft een register 32bits, wat gelijk is aan de 32 bits voor de adressen voor het geheugen. Dit betekend dat we een adres in een register kunnen opslaan om dan de respecterende data te laden of op te slaan.

Data

In deel 1 zagen we dat de assembler zowel code en data kunnen opslaan. code word duidelijk gemaakt met een label .text. Deze labels zijn eigenlijk symbolische namen naar plaatsen in je programma. Deze plaatsen kunnen zowel data als code zijn. Tot nu toe hebben we het label main gebruikt om de plaats van onze main functie aan te duiden. Een label is enkel de plek, nooit de inhoud.

Ik vertelde in deel 1 dat assembler in feite gewoon een trapje hoger is dan de binaire ode, wel dat ene stapje hoger is ineens wat complexer geworden, omdat het ook verantwoordelijk geworden is om waarde aan deze labels te geven. Zo kunnen we de assembler/compiler dingen doen doen die lijken op magie.

Zo kunnen we bijvoorbeeld de juiste grote aan een variabele geven. Laat ons een 4 byte variabele maken en hem initialiseren naar 3 met de naam myvar1.

.balign 4
myvar1:
    .word 3

er zijn 2 assembler directieven in het voorbeeld hierboven: .balign en .word. Wanner de assembler een .balign directieve tegenkomt, zorgt het ervoor dat het volgende adress zal starten met een 4-byte grote grens. Dit doet niets als het adres al 4 groot was, anders zal de assembler ‘padding bytes’ overslaan.

Nu we het adres van myvar1 hebben vastgelegd weten we dat het 4 byte alligned zal zijn.

Het .word directieve zegt de assembler de waarde als en 4 byte integer nodig is. In dit geval met de waarde 3, maar neemt 4 bytes in beslag.

Data word net zoals de code in het geheugen opgeslagen. Maar word meestal appart gehouden in een data sectie (.data) wat de assembler vertelt dat het om data gaat en niet om code.

Load

Laad het voorbeeld van deel 2 erbij en pas het aan zodat het gebruik maakt van het geheugen. We zullen 2 keer een 4 byte variabele: myvar1 en myvar2 definieren. waarvan de eerste gelijk is aan 3 en de laatste aan 4. We zullen deze waardes laden met ldr en ze dan aan elkaar toevoegen. De uitkomst zal dan weer als een error 7 moeten zijn.

/* -- load01.s */
 
/* -- Data section */
.data
 
/* Ensure variable is 4-byte aligned */
.balign 4
/* Define storage for myvar1 */
myvar1:
    /* Contents of myvar1 is just 4 bytes containing value '3' */
    .word 3
 
/* Ensure variable is 4-byte aligned */
.balign 4
/* Define storage for myvar2 */
myvar2:
    /* Contents of myvar2 is just 4 bytes containing value '4' */
    .word 4
 
/* -- Code section */
.text
 
/* Ensure code is 4 byte aligned */
.balign 4
.global main
main:
    ldr r1, addr_of_myvar1 /* r1 ← &myvar1 */
    ldr r1, [r1]           /* r1 ← *r1 */
    ldr r2, addr_of_myvar2 /* r2 ← &myvar2 */
    ldr r2, [r2]           /* r2 ← *r2 */
    add r0, r1, r2         /* r0 ← r1 + r2 */
    bx lr
 
/* Labels needed to access data */
addr_of_myvar1 : .word myvar1
addr_of_myvar2 : .word myvar2

De laatste 2 regels bevatten de locaties van myar1 en myvar2. Dit is nodig voor de assembler . Dit is omdat deze in de .data sectie staan en niet in de code sectie.

De assembler compiled het naar binaire code, .word myvar1 zal niet het adres van myvar1 zijn, maar een relocation. Een relocation is de manier waarop de assembler data adressen gebruikt. De exacte waarde is onbekend, maar zal bekend worden zodra het gelinkt word. (de stap waarop de uiteindelijke executable word gemaakt met GCC).

op regel 27 en 28 staat waar de eerste variabele word geladen. Dit is echter enkel het adres. hier word namelijk enkel de inhoud en niet het adres, vandaar dat op ln28 nog een ldr staat om de waarde eruit te halen.

Als je je afvraagt waarom de 2 loads een andere syntax hebben, dat komt omdat de eerste ldr gebruikt word om het symbolische adres van add_of_myvar1 de waarde leest in addressing mode. Dus in het 2e geval gaan we de waarde van r1 als adres gebruiken. In het eerste geval weten we niet welke adressing mode de assembler gebruikt, dus deze word genegeerd.

Als je dit compiled en uitvoert zal je 7 terugzien.

Store

Neem nu het vorige voorbeeld, maar in plaats van de waarden op 3 en 4 te zetten, zetten we ze nu op 0. We zullen dezelfde code gebruiken om de waarden 3 en 4 terug te geven in de assembler

/* -- store01.s */
 
/* -- Data section */
.data
 
/* Ensure variable is 4-byte aligned */
.balign 4
/* Define storage for myvar1 */
myvar1:
    /* Contents of myvar1 is just '3' */
    .word 0
 
/* Ensure variable is 4-byte aligned */
.balign 4
/* Define storage for myvar2 */
myvar2:
    /* Contents of myvar2 is just '3' */
    .word 0
 
/* -- Code section */
.text
 
/* Ensure function section starts 4 byte aligned */
.balign 4
.global main
main:
    ldr r1, addr_of_myvar1 /* r1 ← &myvar1 */
    mov r3, #3             /* r3 ← 3 */
    str r3, [r1]           /* *r1 ← r3 */
    ldr r2, addr_of_myvar2 /* r2 ← &myvar2 */
    mov r3, #4             /* r3 ← 4 */
    str r3, [r2]           /* *r2 ← r3 */
 
    /* Same instructions as above */
    ldr r1, addr_of_myvar1 /* r1 ← &myvar1 */
    ldr r1, [r1]           /* r1 ← *r1 */
    ldr r2, addr_of_myvar2 /* r2 ← &myvar2 */
    ldr r2, [r2]           /* r2 ← *r2 */
    add r0, r1, r2
    bx lr
 
/* Labels needed to access data */
addr_of_myvar1 : .word myvar1
addr_of_myvar2 : .word myvar

Als je dit uitvoert zul je 7 te zien krijgen.

Dat was alles voor deel 3.

De voordeelen van PHP 7.2

Php is waarschijnlijk de meest gebruikte server-side scriptingtaal die er is. Vele bekende cmsen zoals wordpress werken hierop. Met php 7.2 is je website niet alleen veel sneller, maar ook veel veiliger

Andere hashingsmethode

Php 7.2 maakt gebruik van argon2 om wachtwoorden te hashen. Deze methode is veiliger omdat er een geheugenbeperking op zit en het moeilijk is om in te stellen hoeveel parallelle threads er kunnen worden gebruikt. Hierdoor word het bruteforcen weer een pak moeilijker, en komt bij een data lek word enkel het gehashte wachtwoord gelekt.

TLS in plaats van SSL

In php7.2 is de naam voor een beveiligde verbinding veranderd van ssl naar tls. Ook is het oude tls1.0 protocol niet meer te gebruiken, maar is er nu plaats gemaakt voor de in 2008 geïntroduceerde opvolger tls1.2

In de toekomst?

Php 7.3 komt uit in december dit jaar. Hierbij zal de ondersteuning voor php 5.6 en 7.0 wegvallen. Dit is voornamelijk omwille van de vele beveiligingsupdates due op de planning staan voor toekomstige releases.

RPI Assembler tutorial 2

Een cpu is in eigenlijk een heel krachtig rekentoestel. Deze bewerkingen kunnen enkel uitgevoerd worden met data opgeslagen in kleine opslagplaatsen genaamd registers. De RPI ARM cpu heeft 16 integer (gehele) registers, en 32 floating point (kommagetallen) registers. Een cpu gebruikt deze register om integer en floating-point bewerkingen uit te voeren. Floating point registers zal ik later op terug komen.

De 16 integer registers in ARM hebben de namen r0 tot R15. Deze kunnen 32 bits data houden. Deze kunnen in principe ook andere data bevatten (met een andere encoding) maar we zullen er hier van uit gaan dat er integers in zitten.

Niet alle registers van r0 tot r15 zijn dezelfde, sommige hebben speciale functies (zoals r0 die de error code bevat op het einde). Hier zullen we er van uitgaan dat dit niet uit maakt.

Basisbewerkingen

Bijna elke cpu kan basisbewerkingen doen met integerregisters. Net als ARM cpu’s. Zo kan je 2 register aan elkaar toevoegen (ADD). Laat ons hier het voorbeeld uit deel 1 uit halen. Als we het een beetje aanpassen ziet het er zo uit:

/* -- sum01.s */
.global main
 
main:
    mov r1, #3      /* r1 ← 3 */
    mov r2, #4      /* r2 ← 4 */
    add r0, r1, r2  /* r0 ← r1 + r2 */
    bx lr

In r1 zetten we 3 en in r2 zetten we 4. Deze tellen we op en zetten we in r0. Als we dit compilen (zie deel 1) en uitvoeren (ook, zie deel 1) dan zullen we 7 terugkrijgen zoals verwacht (want 3(r1)+4(r2)=7)

Dit was alles voor deel 2.

RPI Assembler tutorial 1

Het is waarschijnlijk veel nuttiger om een ‘high-level’ programeertaal te leren dan architectuurspecifieke assembler, maar het geeft wel een zeer goed idee in wat er in de processor gebeurt.

ARM op de RPI

ARM is een 32-bit architectuur dat als doel flexibiliteit heeft. Het is handig voor mensen die de vrijheid willen in het ontwerpen van hun eigen hardware, maar niet voor systeemontwikkelaars, die met de verschillen van ARM moeten werken.

Ik gebruik een RPI3B. Er zijn een aantal verschillen met ARM op de raspberrypi en de ‘standaard’ ARM assember. Dit word beter uitgelegd op de ARM website!

Assembler schrijven

Assembler is (voor alle architectuuren) een dunne laag boven de binaire code. binaire code is waarnaartoe je een programma compiled.

Als je assembler schrijft (ARM assembler) kan je computer dat niet uitvoeren. Hiervoor moet je daar de binaire code voor hebben. Dit kunnen we doen met een compiler (voor assembler ook wel assembler genoemd, omdat die de assembler ‘assembleerd’). Die binaire code, wat ook wel een executable wordt genoemd kan dan worden uitgevoerd op een computer (de rpi in dit geval).

Hiervoor kunnen we de GNU assembler gebruiken die in de GCC (Gnu Compiler Colection) zit die standaard op een raspberrypi is geinstaleerd.

Als je een text-editor opent (nano, emacs of vim in een terminal, leafpad of geany in een Desktop omgeving) kan je de bronbestanden (sourcefiles) openen. Deze hebben de extentie ‘.s’ Dat is de standaard voor ARM assembler

Het eerste programma

We moeten ergens beginnen, dus laat ons beginnen met een programmatje dat niets meer doet dan een error-code weergeven. Ik gebruik meestal engelstaalige comments. (die beginnen met /* en eindigen met */ in assembler)

/* -- first.s */
/* This is a comment */
.global main /* 'main' is our entry point and must be global */

main:          /* This is main */
    mov r0, #2 /* Put a 2 inside the register r0 */
    bx lr      /* Return from main */

sla dit op als ‘first.s’

om het te ‘assembleeren’ kun je:

as -o first.o first.s

gebruiken. Nu moet je het nog linken om een executable te krijgen:

gcc -o first first.o

nu kan je het uitvoeren

./first ; echo $?

Je zult normaal error code 2 moeten zien (of gewoon 2). Dat is die #2 die in de op de voorlaatste regel staat.

Alleen is code compilen met zo veel stappen niet echt handig dus kan je hiervoor een makefile gebruiken

# Makefile
all: first
 
first: first.o
    gcc -o $@ $+
 
first.o : first.s
    as -o $@ $<
 
clean:
    rm -vf first *.o

Uitleg bij wat er net gebeurd is

de eerste 2 regels zijn comments. deze worden gebruikt om weer te geven wat een stukje code doet, en worden niet uitgevoerd (de compiler negeert deze)

.global main /* 'main' is our entry point and must be global */

dit is iets wat de compiler vertelt dat het iets speciaals is. Het begint met een punt (.) en word gevolgd door de naam van de functie. .global moet wel, omdat de C runtime de main functie anders niet aanroept.

main:

Dit is een label. Elk label is opgemaakt als: ‘label: instructie’ Dit kan gesplitst worden over 2 regels (zoals hier)

mov r0, #2 /* Put a 2 inside the register r0 */

Dit is de instructie de 2 in register 0 zet. Dit overschrijft wat er in register 0 staat op dat moment.

bx lr      /* Return from main */

Dit betekend Branch Exchange. Dit beindigd ons programma

De error code is wat in r0 is opgeslagen. dit moet r0 zijn.

Dit was alles voor deel 1.

PureFTP Installatie op een Raspberrypi

om gemakkelijk bestanden over te brengen naar je raspberrypi kan je gebruik maken van ftp. Hiervoor gaan we pure-ftpd gebruiken wat je toelaat om ‘virtuele’ gebruikers toe te voegen en te verwijderen.

Pureftpd instaleren

pure-ftpd kan eenvoudig geïnstalleerd worden met

sudo apt-get install pure-ftpd

Dan moet je nog de ftpgroup gebruikersgroep en ftpuser gebruiker aanmaken. Deze gebruiker mag niet kunnen inloggen.

sudo groupadd ftpgroup sudo useradd ftpuser -g ftpgroup -s /sbin/nologin -d /dev/null

FTP map en virtuele gebruiker instellen.

om een FTP map aan te maken gebruik je als root (sudo)

mkdir /FTP sudo chown -R ftpuser:ftpgroup /FTP

om een gebruiker aan te maken bv ‘upload’ kan je

sudo pure-pw useradd upload -u ftpuser -g ftpgroup -d /FTP -m

gebruiken. Je zal wel nog een password moeten instellen. Als je een andere gebruiker wilt toevoegen, verander je gewoon ‘upload’ naar de gewenste gebruikersnaam. Als dat gedaan is, moet je een virtuele gebruikersdatabase aanmaken. Dit zal je telkens je een gebruiker maakt/verwijderd moeten doen.

sudo pure-pw mkdb

Er moet ook nog een auth-methode worden gezet

sudo ln -s /etc/pure-ftpd/conf/PureDB /etc/pure-ftpd/auth/60puredb

Nu kan je pure-ftpd herstarten met

sudo service pure-ftpd restart

Test het met een programma zoals filezilla

Extra instellingen

Er zijn een heleboel extra instellingen die je kan aanpassen:

sudo nano /etc/pure-ftpd/conf/ChrootEveryone

en zet er ‘yes’. (en dan ctrl+X, y en enter om op te slaan). Verander ‘ChrootEveryone’ met het volgende en zet er de overeenkomende waarden er in

in ‘NoAnonymous’ zet je ‘yes’ in ‘AnonymousCantUpload’ zet je ‘yes’ in ‘AnonymousCanCreateDirs’ zet je ‘no’ in ‘DisplayDotFiles’ zet je ‘no’ in ‘DontResolve’ zet je ‘yes’ in ‘ProhibitDotFilesRead’ zet je ‘yes’ in ‘ProhibitDotFilesWrite’ zet je ‘yes’ in ‘FSCharset’ zet je ‘UTF-8’

Als je het nu herstart en inlogt met de ‘upload’ gebruiker kan je bestanden overzetten, als je inlogt met de ‘pi’ gebruiker kan je in de home-map van de pi user.

sudo service pure-ftpd restart

Skyz update 7

Ik heb het locatie systeem op skyz aangepast. Hiermee wordt op de startpagina je locatie beter ingeschat, hiervoor is wel locatietoegang nodig en het werkt het best op toestelen met gps. ook de voorspelingstijd op 16 dagen ingesteld, met een interval van 1 dag. Edit: Wegens bug is het terug per 5d, met een interval van 3u